Genootschap Kunstliefde

Willem Pieter, Cornelis Willem en Jozef Hoevenaar waren lid van het Utrechts Genootschap Kunstliefde. De geschiedenis van dit genootschap grijpt terug op het 14de eeuwse Zadelaarsgilde en 17de en 18de eeuwse kunstenaarsgildes. Het genootschap werd opgericht in 1807, en in 1873 wordt het Museum Kunstliefde opgericht in het gebouw van Kunst en Wetenschappen. Zestien jaar later bleek het museum bomvol en moest een nieuwe behuizing worden gevonden. In die tijd was het genootschap afkerig van nieuwe stromingen in de kunst, en haakten veel kunstenaars af. Het genootschap kwam in het begin van de 20ste eeuw in financiƫle nood, wat er uiteindelijk toe leidde, dat het genootschap in 1918 gedwongen was zijn collectie veel te goedkoop aan de gemeente te verkopen. Deze werken werden later tentoongesteld in het Centraal Museum. In 1929 was er sprake van, dat het genootschap zou worden opgeheven. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwam het ledental weer in een stijgende lijn.

Genootschap Kunstliefde