Ga hier naar de collectie van Adrianus Hoevenaar jr.

Diamantlijn- en stippelgraveur in roerige tijden

Tekst: Anna Laméris met dank aan Hans Hoevenaar

De glazen die bewerkt werden door deze naar verhouding ‘late’ graveur, zijn bijzonder interessant. Niet alleen omdat zij vervaardigd werden door een niet geheel professioneel iemand, die toch het ambacht beheerste, maar ook omdat zij veel vertellen over de roerige tijden van hun ontstaan.

Aan het einde van de achttiende eeuw werden steeds minder gelegenheidsglazen gegraveerd. Uit het begin van de negentiende eeuw zijn zelfs nauwelijks exemplaren bekend. Eén graveur trok zich van deze trend niets aan en maakt eind deze periode prachti­ge gravures op glas.

​Dit was de Utrechtenaar Adrianus Hoevenaar (1764-1832), een man die zijn brood verdiende als schipper op een trekschuit. Dat was om precies te zijn een zogenaamde ‘volksschuit’ voor personenvervoer op de route Utrecht-Amsterdam.

Kennelijk vond hij ondanks zijn tijdrovende beroep toch de gelegenheid glazen voor zijn familie en vrienden te bewerken. Daarnaast graveerde hij glazen in opdracht, waarmee hij extra inkomsten verwierf. Het oeuvre van Hoevenaar is bijzonder, omdat het als het ware de geschiedenis van de zeer roerige tijden waarin hij leefde, illustreert.

Opmerkelijk
Adrianus Hoevenaar was een overtuigd patriot, een anti-orangist, die destijds voorstander was van een democratischer regering. In 1787 poogden stadhouder Willem V en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen een einde aan de patriottische be­weging te maken.

Op hun verzoek vielen in dat jaar Pruisische troepen Nederland binnen, om de patriotten te verjagen en in te tomen. Hoevenaar kon nét op tijd Utrecht ontvluchten. Hij vertrok naar het Franse Duinkerken en leefde daar jarenlang in ballingschap. Uit deze periode is een glas van zijn hand bekend met daarop de inscriptie: ‘VIVAT ORANGE’ en een vredesduif, die niet zoals gewoonlijk met een olijftak, maar met een oranjetakje, waaraan zelfs een sinaasappel, komt aanvliegen (afb.). Een Oranje-glas gegraveerd door een patriot is natuurlijk opmerkelijk. Hiermee illustreerde Hoevenaar echter zijn hoop op verzoening tussen de patriotten en de Oranjes. Het glas is uitsluitend in de diamantlijn­ gravuretechniek gegraveerd. Met een dia­mant, gemonteerd op een stift, tekende hij de voorstelling op het glas. Daar waar hij het glas raakte, lichtte het op, de overige delen bleven donker.

Sommige delen, zoals de duif, heeft hij egaal mat gekrast. Acht jaar na Adrianus Hoevenaar`s vertrek uit Utrecht, vielen de Fransen, bijgestaan door vele in Frankrijk wonende patriotten, Nederland binnen. WillemV vluchtte naar Engeland en de Bataafse Republiek werd een feit. Na enkele elkaar afwisselende rege­ringen, stelde keizer Napoleon in 1806 zijn broer Lodewijk Napoleon als koning van Nederland aan. Hij werd een vrij populaire vorst, die zich met enthousiasme voor zijn koninkrijk inzette.

Roerige tijden

Adrianus Hoevenaar was in 1795 naar Nederland teruggekeerd en werkte weer als schipper op de trekschuit. Onder de indruk van koning Lodewijk maakte hij een majestueus portret van hem, dat geheel in diamantstippel gravure werd uitgevoerd (afb.).

Door met een diamantstift stipjes op een glas te zetten, werd het glas lichter. Zo kon hij eindeloos subtiel variëren met licht en donker. De cartouche rond het portret voerde hij echter in diamantlijn­gravure uit. In 1810 werd Nederland ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Een aantal jaren later, in 1813, bevrijdden Russische en Pruisische legers Nederland. De stad Utrecht werd door kozakken bevrijd. Hun ruige uiter­lijk maakte diepe indruk op iedereen in die stad. Iedere kozak was namelijk slordig en op een andere wijze gekleed, bijvoorbeeld met bonte rokken, pelzen en jassen. Ze droegen vreemde mutsen van bont en hadden schrikwekkende wapens bij zich, zoals pieken, geweren, messen en knotsen. Ze werden dan ook door verschillende mensen beschreven en afgebeeld.

Ook Hoevenaar graveerde een kozak op glas (afb. 3) en ook hier is weer zijn typerende handschrift te herkennen. Het portret werd gestipt en de cartouche bracht hij in diamantlijngravure aan. Na deze periode werd in 1815 een zoon van stadhouder Willem V, als koning Willem I aangesteld. Uit 1819 dateert een gravure van Willem I en zijn vrouw Wilhelmina van Pruisen door Hoevenaar (afb. 4). Hij spaarde hun silhouetten uit in een geheel mat gegraveerd glas. De gezichten liet hij onbewerkt, maar de haren en de kleding werden in diamantlijn- en stippelgravure uitgewerkt.

Een van de meest opmerkelijke glazen van Hoevenaar`s hand is dat met een zelfportret. Het werd door hem gemaakt ter ere van zijn veertigste verjaardag. Het bevat een silhouetportret. Op zijn verjaardag zal het glas ongetwijfeld zijn gebruikt om op hem te toasten. Er is tot nu toe niet één ander glas bekend met daarop een gravering met een zelfportret.

Zelfportret

Naast deze glazen die veel vertellen over de tijd waarin ze ontstaan zijn, graveerde Adrianus Hoevenaar ook glazen die be­trekking hadden op zijn persoonlijk leven. Een viertal bewaard gebleven glazen heeft te maken met zijn beroep als schipper op de volksschuit. Daarnaast vormde zijn familiale leven een bron van inspiratie. Zo graveerde hij een glas voor zijn broer en een glas voor de verjaardag van een tante. De gravering op het glas voor zijn tante Gesina van Hoorn,was wederom typerend voor zijn werk. Op het glas komen maar liefst zes ver­schillende lettertypen voor en allerlei kleine details refereren aan de naam Van Hoorn.

De rand van de kelk bestaat uit hoorntjes, er zijn twee ‘hoornen des overvloeds’ op het glas te zien en de naam Van Hoorn is geschreven in een lettertype bestaande uit hoorns. Het glas is, kenmerkend voor Adrianus Hoevenaar, gesigneerd op de rand van de voet, waardoor de signatuur soms niet te lezen is. Een van de meest opmerkelijke glazen van Hoevenaar`s hand is dat met een zelfportret. Het werd door hem gemaakt ter ere van zijn veertigste verjaardag Het be­vat een silhouetportret. Binnen guirlandes heeft hij zijn geboortedatum, 11 september 1764, geschreven en op een banderol zijn leeftijd. In een cartouche staan de initialen van Adrianus Hoevenaar. Op zijn verjaardag zal het glas ongetwijfeld zijn gebruikt om op hem te toasten. Er is tot nu toe niet één ander glas bekend met daarop een gravering met een zelfportret.

Anna Laméris, september 2009

Frides Laméris Kunst- en Antiekhandel V.O.F.
Nieuwe Spiegelstraat 55
1017 DD Amsterdam

Afbeeldingen op deze pagina:
1. een gelegenheidsglas met de inscriptie: ‘vivat orange’. 1787-1795. Loodglas met diamantlijngravure. Hoogte ca. 19 cm. Privécollectie.
2. een portret van Lo­dewijk Napoleon (1778-1846). 1806-1810. Loodglas met diamantlijn-en stippelgravure. Hoogte 14,0 cm. Amsterdams Historisch mu­seum. Naar een aquatint van A.C.L. Boucher-Desnoyers.
3. Een portret van koning Willem I en zijn gemalin. Gesigneerd op de voetrand: ‘A. Hoevenaar 1819’. Loodglas met diamantlijn- en stippel- gravure. Hoogte 13,5 cm. Amsterdams Historisch Museum.
4. Een portret van een kozak. Waarschijnlijk naar voorbeeld van een prent. 1813. Loodglas met diamantlijn- en stippelgravure.
Hoogte 19,9 cm. Privécollectie.
5. Een zelfportret. Gesigneerd: ‘AH’. 1804. Hoogte 8,8 cm. Corning Museum of Glass, New York.

Adrianus Hoevenaar jr.